Het motivatiemirakel

By 5 september 2018Blog

‘Wie heeft er wel eens last van ongemotiveerde leerlingen?’ Met deze vraag open ik regelmatig een inspiratiesessie voor docenten en onderwijsmanagers. Een vraag die altijd een (soms ongemakkelijk) lachje oproept. Zodra het rumoer in de zaal wegebt volgt vraag twee: ‘Wie weet waar het aan ligt dat jullie leerlingen of collega’s (soms) ongemotiveerd zijn? Het ongemakkelijke lachje wordt steevast vervangen door een fanatieke zoektocht naar het antwoord op deze prangende vraag…

Vooruit, ik daag je als lezer ook uit om even een paar minuten te zoeken naar de redenen van dit voor docenten ongewenste gedrag. Terwijl je even wegkijkt van het scherm, tik ik vast de meest gehoorde antwoorden in, verwachtend dat jouw antwoord er ook tussen staat als je je hoofd weer naar het beeldscherm wendt.

– Ze hebben het te druk met hun bijbaantje

– De jeugd van tegenwoordig is ongedisciplineerder dan ooit

– Die ouders van tegenwoordig zitten er niet meer bovenop

– Wat denk je, die mobieltjes maken meer kapot dan je lief is

– De onderwijsvernieuwingen maken het elke keer weer slechter

– Er komen steeds meer speciale kinderen in de klas

– Mijn collega’s zijn niet streng genoeg

– Ze slapen gewoon te weinig

– Ze hebben teveel zorgen vanwege al die echtscheidingen

– Hun vriendje/vriendinnetje is belangrijker dan mijn vak

– Ze gaan steeds vaker en later op stap

Na vijf fanatieke minuten waarin de redenen verzameld worden, volgt mijn derde en voorlopig laatste vraag: ‘Hoe komt het dat niemand het over zijn eigen rol heeft?’ Die derde vraag zorgt voor een gegarandeerde terugkeer van het lachje aan het begin. En daar begint het motivatiemirakel. Want je kunt echt miraculeuze veranderingen teweeg brengen bij lerende jongeren als je bereid bent om te kijken naar jezelf én als je bereid bent om te stoppen met leerlingen ongemotiveerd te noemen.

Dat we een leerling ongemotiveerd noemen zegt namelijk veel meer over het schoolsysteem dan over deze leerlingen zelf. Leerlingen die we ongemotiveerd noemen, zijn namelijk wel degelijk gemotiveerd. Alleen laten ze dat binnen de wetten van het systeem niet zien. Motivatie gaat over beweging (to move). Als we het over gemotiveerde leerlingen hebben, spreken we over leerlingen die in beweging zijn op de manier die volgens de wetten van het systeem gangbaar zijn. Als we het over ongemotiveerde leerlingen hebben, hebben we het in feite over gemotiveerde mensen die iets anders doen dan het systeem bedoelt. Want ook deze leerlingen bewegen zich in hun leer- en leefwereld. En zijn dus gemotiveerd. Alle gedrag is motivatie. Zelfs spijbelen.

Als het je vanaf morgen lukt om de leerlingen niet als een object (kijk, een ongemotiveerde leerling) maar al een subject te ontmoeten (jij bent veel meer dan een ongemotiveerde leerling: ik wil weten wie je ook bent), dan ontstaat er al direct een groot verschil. Je neemt kinderen dan serieus en laat blijken dat het ‘probleem’ ook een andere kant kent. Je laat het kind dan niet samenvallen met het probleem en gaat weg bij beschuldigen en straffen. Kinderen voelen prima aan als jij oprecht nieuwsgierig bent naar het hele verhaal. Je zult het ervaren als een mirakel hoe deze leerlingen ook voor jou gaan werken als je ze echt ziet. Leerlingen die ruimte krijgen om zichtbaar te maken dat ze altijd en overal in beweging zijn en dus gemotiveerd zijn, ervaren dat als erkennend. En als je een leerling erkenning kunt geven voor inzet, bereik je al ontzettend veel. Erkenning is de wonderolie van succesvol onderwijs.

Als je de ongemotiveerde leerlingen echt kunt ontmoeten, kun je morgen nog een tweede stap zetten waar je direct mee aan de slag kunt en waar je het motivatiemirakel verder kunt uitbouwen. Docenten die echt iets aan motivatie willen doen, moeten in mijn ogen bereid zijn om aan zelfreflectie te doen. Daarmee bedoel ik niet dat het dus aan de docenten ligt, ik bedoel dat je onderdeel bent van het probleem en dus eigenaarschap kunt nemen op zoek naar de oplossing. Zelfreflectie gaat ook niet alleen over wat je fout doet. Het is de zoektocht naar momenten waarop het al lukt (wat deed ik toen en hoe kan ik dat vaker gaan gebruiken) en de zoektocht naar nieuwe mogelijkheden die er áltijd zijn. Als de leerlingen niet doen wat ik bedacht heb, wat kan ik dan zelf bedenken om ze aan de slag te krijgen? Ik ga dan van de tribune af het veld in. Ik ben geen toeschouwer, maar deelnemer.

Ik ontwikkelde daarvoor het Vijf-V-model. Dat bestaat uit vijf ingrediënten, waarvan ik gemerkt heb dat ze van grote invloed zijn op de leerbereidheid van (jonge) mensen. Als je je lessen van alle V’s voorzien hebt, zul je in je klassen zien dat de leerbereidheid toeneemt.

1 Voeding

Uiteraard ga je naar school om te leren. Er is voeding nodig om leerlingen te verleiden tot leren. Een goede vakkennis die je duidelijk kunt overbrengen is nodig voor het lerende brein.

2 Vermaak

Soms zeggen leraren wel eens: leren hoeft niet altijd leuk te zijn. Ik verzet me tegen die visie. Ik heb de overtuiging dat mensen leren van nature namelijk leuk vinden, dus moet je zorgen dat die natuurlijke breinfunctie getriggerd wordt

3 Veiligheid

In mijn boek ‘Orde gevraagd’ leg ik uit hoe belangrijk het is dat het veilig is in iedere les. Op onveilige plekken is je brein te druk met overleven. Een brein dat zich bezig houdt met dekking zoeken of aanvallen, heeft geen ruimte vrij om iets nieuws te leren.

4 Verbinding

Onderwijs is een wij-woord. Leerlingen leren door in verbinding met elkaar en met de leraar aan de slag te gaan. Leren ontstaat als iedere deelnemer in het proces ervaart dat het een bijdrage kan en mag leveren. Er moet een gevoel van samenwerking bestaan.

5 Vooruitgang

Managers noemen het met een fraai woord ‘empowerment’. Bij vooruitgang gaat het er over: heb ik er iets aan. Bij pubers best een lastig issue, want ze zijn niet heel gevoelig voor de zin ‘later zul je me dankbaar zijn dat ik je dit geleerd heb’ of ‘later zul je wel begrijpen waarom’. Je hebt ergens iets aan, als het van pas komt in het dagelijks leven. Vaak kun je aan de V van vooruitgang werken in jouw lessen, door je ook te focussen op de leefwereld van kinderen. Wat van jouw leerstof kan gekoppeld worden aan de buitenwereld van leerlingen? Aan de dingen die zij ook belangrijk vinden in hun nog prille bestaan.

Het heeft echt zin om eens te reflecteren op jouw rol binnen het probleemgebied ‘ongemotiveerde leerlingen’. Je realiseren dat je er onderdeel van bent, werkt vaak bevrijdend. Voor de leerlingen en voor jou. Je ziet de leerlingen beter. En je kijkt ook naar jezelf. En daardoor zijn de leerlingen ook eerder bereid om naar zichzelf te kijken. Je doet ze immers voor hoe dat moet en legt ze uit dat dat belangrijk is. Zelf weet ik nog precies welke leraren mijn leerbereidheid wisten te triggeren. Dat waren echt niet alleen de leraren die het leuk maakten. Dit artikel gaat niet over het opleuken van het onderwijs. Het waren ook niet de leraren die het meeste gestudeerd hadden en dus veel wisten. Het waren de leraren die iets wisten te vertellen, op een boeiende manier, de leraren die zorgden voor een fijne sfeer, waarin iedereen meedeed. Het waren de leraren die me duidelijk maakten dat ik iets aan ze had. De leraren die niet alleen met hun vak bezig waren, maar ook lieten zien hoe je met elkaar om moet gaan. Het waren de meneren en mevrouwen die me verleidden tot mijn beroepskeuze in 1987. Ik wilde leraar worden. Net als zij…

Wil je meer lezen over hoe je succesvol leerlingen kunt motiveren? In mijn boek ‘Orde gevraagd!’ werk ik 12 thema’s uit gekoppeld aan tientallen ideeën om met passie les te geven, en altijd te blijven zoeken naar de motivatie die in elk kind aanwezig is. Wil je meer lezen over de vijf V’s, check dan de ‘Motivatiewaaier’