Het dagboek van een zie-je-wel-ist

By 21 september 2018Artikel van de Maand

Stel je voor. Je staat in de file. Hoe reageer jij? Shit nu kom ik te laat. Had ik nu maar de A2 genomen. Ze moeten die weg onderhand eens verbreden. Dan maar de vluchtstrook. Focus je je op de gevolgen of op het gegeven? Veel energie gaat vaak zitten in het zoeken naar verklaringen voor het probleem. In het dagboek van de zie-je-wel-ist (zie-je-wel-isme werd naar mijn weten voor het eerst beschreven door Gerben Hellinga) is de auteur bezig te schrijven over alles waar je geen invloed op hebt. De keuzes van een ander, de niet gemaakte keuzes van jezelf, en de gevolgen voor de toekomst. Het eind van elk hoofdstuk in het dagboek van de zie-je-wel-ist: zie je wel… Ze schrijven op die manier een boek waarin ze zonder er erg in hebben hun eigen problemen in stand houden.

Zie-je-wel-isme is een menselijke reactie op de omgeving, waarbij onbewust gezocht wordt naar tegenslag en problematiek. De zie-je-wel-ist googlet in zijn hersenen naar alle redenen waarom dingen niet gaan zoals je ze wilt. Door de blik te richten op waar het misgaat, krijgen we juist die problemen waar we zo van balen. We steken onze energie in het balen en verliezen de blik op onze mogelijkheden. De zie-je-wel-ist houdt een dagboek bij, waarbij hij steeds schrijft op de bladzijdes die al lang omgeslagen zijn. Er ontstaat een onbewust patroon, waarbij de omgeving wordt uitgedaagd om het problem uit het verleden in het heden te herhalen. De zie-je-wel-ist leeft in de cirkel van problemen. Die cirkel bestaat uit drie stappen.

Stap 1: Omdat de zoekmachine van de zie-je-wel-ist gefocust is op problemen, is de kans groot dat ze die problemen uiteindelijk vinden. Een leraar richt zijn blik dan onbewust op de problemen in een klas en zodra hij problemen ziet zegt hij ‘zie je wel’. Deze vorm van zie-je-wel-isme lijkt nog onschuldig, maar in feite is er al sprake van een enorm verlies. Je bent immers niet gefocust op de mogelijkheden. Je ziet niet wat er ook is. Je zoekt problemen en zult ze vinden want er zijn overal waar je leeft en werkt problemen te vinden. Door de zoekmachine op problemen in te stellen, kun je elke keer zie je wel zeggen. Je vond immers wat je zocht.

Stap 2: Zodra stap 1 in je brein geprogrammeerd is, start fase 2 van het zie-je-wel-isme. In die fase ga je op basis van je zoekopdracht uit fase 1, je zoekmachine opdracht geven om informatie die je zie-je-wels in twijfel zouden kunnen trekken, te wantrouwen. In je dagboek staat dan dus niet alleen dat je op zoek moet gaan naar problemen, maar ook dat je kansen moet vertalen als onbetrouwbaar en onhaalbaar. De klas die even geen probleemgedrag laat zien, krijgt dan geen feedback op het positieve moment, maar op het gegeven dat de opleving tijdelijk is of een bijbedoeling heeft. Ze doen nu wel aardig, maar dat is alleen maar omdat ze iets van me willen. In de tweede stap van de cirkel, vertaal je positieve waarnemingen door naar zie-je-wel. De collega die me een kop koffie aanbiedt, doet dat niet omdat hij me aardig vindt, maar omdat hij een sluw plan heeft.

Stap 3: Als je stap 1 en stap 2 hebt toegelaten in je brein – je zoekt en vindt problemen en je vertaalt kansen naar problemen – is de cirkel bijna rond. Want de klas die een leraar treft die zoekt naar problemen en goed gedrag vertaalt naar problemen, krijgt uiteindelijk problemen. Zonder dat je er erg in hebt, ben je in de laatste fase in de cirkel, bezig om problemen te veroorzaken. Zonder dat je er erg in hebt roep je je omgeving op om te doen waar jij last van hebt. Er is sprake van een manipulatief patroon. De klas gaat daadwerkelijk gedrag vertonen wat lastig is. Als je voortdurend ervaart dat de zoekmachine niet bereid is om te zoeken naar wat er ook is, gaat de omgeving de zoekmachine zijn zin geven. Waarop de zie-je-wel-ist in zijn dagboek kan schrijven: zie je wel dat ik het goed gezien heb.

Een voorbeeld. Als trainer van leraren, coaches, trainers en hulpverleners kom ik bij een nieuwe opdracht in aanraking met veel nieuwe mensen. Ik ontmantel meestal snel de zie-je-wel-ist. Die volgt de volgende drie stappen, soms duurt het maar een paar minuten voordat het hele dagboek van de zie-je-wel-ist duidelijk is.

Stap 1: een trainer van buiten? Och, weer een betweter. Hij zal wel beginnen te zeggen dat hij zelf uit het onderwijs komt. En vervolgens zal hij vooral doen of hij het beter weet. Zal wel weer een verhaal zijn dat mooi klinkt, maar in de praktijk niet haalbaar is.

Stap 2: hoorde ik hem daar nu iets zinnigs zeggen? Natuurlijk niet. Het klinkt logisch wat hij zegt, maar hij zegt het alleen om straks goede evaluaties te krijgen. Hij doet of hij met ons meedenkt, maar hij meent er niks van. Hij doet of hij luistert, maar hij doet maar alsof.

Stap 3: hé trainer, is dat eigenlijk wel evidence proof? En wat doe ik als die leerling door de klas schreeuwt? Want wat u zegt klinkt leuk, maar werkt natuurlijk niet. Ik vind je een aardige vent, maar wat jij nu vertelt dat weten we natuurlijk al. Goede tip, maar dat werkt hier niet.

In de drie stappen wordt op onbewust niveau net zo lang ingezet op het probleem, waardoor op het eind van de rit gezegd kan worden: zie je wel. Sterker nog, een trainer die zich niet bewust is van zie-je-wel-isme gaat er aan mee doen. Als je de zie-je-wel-ist niet herkent, zit je op weg naar huis voor je het weet zelf in de cirkel. Ik heb leuk werk, maar er zitten toch altijd van die onhandelbare types tussen. De deelnemer blikt terug: Leuk zo’n studiedag, maar uiteindelijk natuurlijk zonde van je tijd. De trainer op zijn beurt: jammer dat een klein groepje het voor de rest verpest. Zie-je-wel-isme zorgt dus voor schade op alle fronten. Als ik zie-je-wel-isme koppel aan Passend Onderwijs, dan zie ik ook hoe we het met zie-je-wel-isme alleen maar ingewikkelder maken.

Stap 1: kinderen met een diagnose die vragen heel veel aandacht. Ik heb daardoor geen aandacht genoeg voor de kinderen zonder diagnose. Kinderen met een diagnose brengen me in de problemen.

Stap 2: als kinderen met een diagnose interessante dingen zeggen, denken en doen, is er geen aandacht voor, het blijft een kind met ADHD. Dat hij grappig is, goudeerlijk en voorzien van een prachtige energie, is de bijsluiter. Het zit er misschien wel, maar het zegt niks over het kind, dat uiteindelijk problemen geeft.

Stap 3: door het kind met de diagnose voortdurend te ontmoeten op de problemen die bij zijn diagnose horen, gaat het kind zich daar naar gedragen. Als je de hele dag voelt dat je niet okay bent, ga je negatief gedrag vertonen. Dat gedrag is dan de slotfase voor de bevestiging in de docentenkamer: zie je wel dat Passend Onderwijs mislukt is. Dat kind vraagt zoveel aandacht, dat ik geen aandacht meer kan schenken aan de andere kinderen.

Is zie-je-wel-isme dan zo raar?
Nee. Het is volstrekt logisch gedrag. Want zie-je-wel-isme kent een groot voordeel. Door je te focussen op het probleem, hoef je niet te werken aan de mogelijke oplossing. Je kunt in je dagboek elke dag schrijven dat het je allemaal overkomt, zonder dat je gaat kijken of je er iets aan kunt doen. Je kunt van je hart een moordkuil maken. Je hoeft niet te laten zien dat je dingen moeilijk vindt. Je hoeft je niet kwetsbaar op te stellen. Je creëert in feite een logica voor ongewenste situaties op je werk. Met slechts drie woorden kun je blijven hangen in het verleden: zie je wel.

Is er een alternatief?
Ja. Je kunt ook een driestappenplan maken van de positief-ist. Die richt zich op wat hij wil zien. Hij zoekt naar gewenst gedrag en gewenste situaties. Bovendien is de positief-ist steeds in het hier en nu. Als er een trainer van buiten komt, vergelijkt hij die in zijn zoekmachine niet met de trainers uit het verleden, maar gaat hij de ontmoeting open aan. Als je een klas binnenkomt, kijk je door de bril van vandaag, die van nieuwe rondes nieuwe kansen. Als je een kind met ADHD in je klas hebt, richt je je op het hele kind, het kind dat jou ook iets moois te bieden heeft. Tot slot gaat de positief-ist steeds uit van zijn eigen invloed. Als iets niet naar wens verloopt, kan ik zelf constructieve keuzes maken om in verbinding te blijven. De positief-ist probeert niet de ander te veranderen, maar kijkt naar zijn eigen rol, ook als dat betekent dat je je van je kwetsbare kant moet laten zien. Je zegt dan dat je het moeilijk vindt om met bepaalde kinderen te werken (de docent met ADHD vindt het overigens moeilijk om met rustige kinderen om te gaan), dat je elke dag iets te leren hebt. Je geeft dan aan dat het niet erg is om zelf hulpbronnen in te schakelen, een boek te lezen of een training te volgen. Je durft te vragen. Roel Meijvis schreef ooit de mooie regel: er is nog nooit een band geplakt door van het lek te balen. Een zie-je-wel-ist richt zich op het lek. Een positief-ist op het plakken van de band. En als hij niet weet hoe dat moet, gaat hij dat leren. Omdat hij weet dat balen en mopperen wel opluchten, maar niet oplossen. Het lucht op, maar het blijft bewolkt.

Op 5 november spreek ik samen met Sergio van der Pluijm en Leendert van Genderen op het symposium ‘Hoera ik sta voor de klas’. Tijdens deze middag laten we de deelnemers zien wat er allemaal voor moois gebeurt als je de bril van de problemen vervangt door de bril van de mogelijkheden. Nadere info: www.congres-content.nl.