Dat doe ik straks papa

By 4 november 2017Blog

Waarom vindt een tiener zijn smartphone belangrijker dan zijn huiswerk? Waarom wil een tiener niet nadenken over de gevolgen van zijn gedrag? Hoe komt het dat tieners het ene moment onhandelbaar en onredelijk kunnen zijn en tien minuten later positief en constructief? Waarom zeggen tieners soms zulke rare dingen? Wat gaat er toch om in de hoofden van tieners? Je moet een olifantenhuid hebben om het vol te houden met de knapen en knapinnen. Deze en andere vragen stelde ik me als vader van twee tieners (en een zesser) tijdens het voorbereiden van een inspiratiemiddag over het functioneren van het tienerbrein. Over het ‘dat doe ik straks wel’ en heel veel andere kronkels en hoe tieners vinden dat de echte kronkels bij ouders en leraren zitten. Later zul je wel begrijpen wat ik bedoel.

Even een paar frustraties van me afwerpen. Als ik mijn zoon van 16 vraag om de troep op het aanrecht op te ruimen, loopt hij de troep voorbij, kijkt hij nog eens naar de troep, begeeft hij zich naar zijn kamer en roept hij lachend: ‘Dat doe ik straks wel.’ Als ik mijn dochter van 14 vraag waar ze dan precies pijn heeft (om te checken of ik haar ziek moet melden voor school) reageert ze als een gebeten hond met vlammen in haar mondhoeken: ‘Waarom geloof je me niet?’ Als ik mijn zoon zeg dat hij vrijdagavond uiterlijk om 1.00 uur thuis moet zijn van een feest zucht hij: ‘Alle anderen mogen wel tot 2.00 uur, maar blijkbaar wil jij mijn leven verpesten.’ Okay, omdat ze zo leuk zijn. Als ik aangeef dat we hadden afgesproken dat mijn zoon eerst zijn kamer zou opruimen en dan pas zou gaan gamen zegt hij: ‘Dat was jouw afspraak, niet de mijne.’ En als ik mijn dochter roep voor het eten zegt ze: ‘Eten we alweer <vul-hier-een-willekeurig-gerecht-in>? Gadverdamme. Ik pak wel een boterham.’ En Sven die thuiskwam met een vijf voor wiskunde sprak als een ware veldheer: ‘De anderen hadden het nog slechter gemaakt, dus wees blij voor me.’ Oh ja, ik bracht Stella laatst met de auto naar school omdat er een storm waaide over Noord-Brabant. In plaats van me te appen met een bedankje, kreeg ik een woeste app: ‘Wil je de volgende keer niet meer toeteren? Ik schaam me kapot voor jou.’ En toen ik laatst met mijn vrouw kletste over de werkdag, toeterde Sven er overheen: ‘Stilte graag! Ik kan mijn serie zo niet volgen.’ En zijn het niet de woorden die me verbazen, dan is het wel het gedrag. Ongevraagd verdwijnt mijn laadsnoer van de telefoon, als ik mijn koptelefoon kwijt ben zit die bij Sven in zijn jaszak, als ik ’s avonds een stukje kaas wil pakken, blijkt het hele blok in tienermagen te verblijven, de zakken chips die we gekocht hebben voor een bezoekje op zaterdag zijn op donderdag al leeg en als onze zesser Sterre een keertje huilt, doen broer en zus er alles aan om het huilen te versterken om daarna aan te geven dat ze gek worden van dat stomme gejank. Ik zal eerlijk zijn. Wat ben ik soms blij als we het voor elkaar hebben om de drie musketiers in een tevreden slaap op hun kamers te zien bijkomen van een dag vol uitdagingen.

Zo, dat is er uit. Toch zit het me niet lekker. Wat maakt dat tieners zulke gekke dingen doen? En toen ineens kwam er een herinnering op mijn netvlies. Ik las ooit een leuke quote van collega-schrijver Berthold Gunster. Hij had strijd met zijn tienerzoon. ‘Als je de volgende keer in de douche bent geweest, wil je dan de douchekop weer naar boven zetten?’ Waarop zoonlief messcherp reageerde: ‘Dat is goed pap, zet jij hem dan omlaag als jij gedoucht hebt?’ Met die gedachte ging ik via de groepsapp in ‘gesprek’ met mijn kinderen. Ik opende het debat met de vraag: ‘Wat zijn volgens jullie gekke uitspraken van ouders en leraren?’ De reacties stroomden al na enkele secondes binnen en snel werd me duidelijk dat de gekte niet alleen in het tienerbrein zit, maar dat het ouderbrein misschien nog veel harder aan revisie toe is of in ieder geval een harde reset kan gebruiken. Sven opende het bal. ‘Later zul je wel begrijpen waarom. Weet je hoe irritant dat is?’ En Stella had er ook een. ‘Dat het hier geen hotel is, dat weet ik wel hoor. Anders zou je misschien mijn bed wel even opmaken.’ En Sven citeerde zijn favoriete leraar. ‘Als jullie niet luisteren, gaat het van jullie eigen tijd af. En je stoel heeft vier poten.’ Stella volgde. ‘Laatst zei de leraar dat we volgende week vrijdag een onverwachte SO krijgen. Hoezo onverwachts?’ Sven sluit aan: ‘En als je je strafwerk niet gemaakt hebt, moet het de volgende dag dubbel. Hoe kun je iemands leven beter verwoesten?’ Ik sloot de appgroep met schaamrood op mijn wangen, wetende dat ook ik soms zulke totaal onhandige uitspraken doe. Sterker nog. Ze kwamen in een storm van déjà vu’s aan me voorbij. Ik heb het echt gezegd toen mijn zoon zei dat alle andere ouders het wél goed vonden om naar een feest te gaan. Ik heb echt gezegd: ‘Helaas voor jou zijn wij niet alle andere ouders.’ En toen Stella om nieuwe schoenen van 199 euro vroeg reageerde ik echt, met het idee dat dat een helpende interventie was, met de woorden ‘wil jij even kijken of er al vruchten aan de geldboom achter in de tuin hangen.’ En toen Sven met een geur van tabaksrook thuis kwam zei ik echt: ‘Toen ik vijftien was, deden we dat soort dingen niet.’ En toen mijn zoon per se het laatste woord wilde hebben, reageerde ik laatst echt met de zin: ‘Als je nu je mond niet dichthoudt, blijf je vanavond thuis.’ En tegen Sterre zeg ik soms ook al dingen, waar ik me nu van realiseer dat ze te idioot zijn en vreselijk zinloos tegelijkertijd. ‘Papa, waarom mag ik geen snoepje?’ Ik zei het echt. ‘Omdat ik het zeg.’ Even dacht ik terug aan toen ik vijftien was en in de Engelse les zat. Hij zei het echt. ‘Als niemand zijn vinger opsteekt, wijs ik een vrijwilliger aan.’ Die vrijwilliger was ik meestal. Ik vermoed omdat ik dacht dat ik grappig was. Althans dat zei de meester steevast als ik met een luchtige opmerking de hele klas aan het lachen gemaakt had. Of ik mezelf grappig vond. En dan zei ik, tevreden kijkend naar de lachende klasgenoten: ‘Jawel meneer en zo te zien ben ik niet de enige die dat vind.’ Ik moest er dan uit om me te gaan melden. Ouders en leraren doen dat echt. Vandaag begrijp ik eindelijk waarom tieners zo vreemd reageren. Het ligt aan hun ouders en leraren. Zij doen zo gek, dat tieners niet anders kunnen dan gek doen. Dat is waarom mijn dochter van 14 zegt: ‘Papa doe normaal. Ik schaam me dood voor je.’

Op zondag 4 februari en vrijdag 16 februari sta ik in het theater met de cabareteske voorstelling ‘Gekke kinderen zijn anders gewoon’. Tijdens die show laat ik de bezoekers aan den lijve ondervinden hoe het is als je kinderen volstrekt serieus neemt, ook als ze iets doen dat lastig is voor ons. Kaarten bestellen via www.theaterkikker.nl en www.demeerse.nl.

Ivo Mijland

Auteur Ivo Mijland

Ivo Mijland (Oss, 1969) is auteur van een groot aantal boeken, waaronder ‘Ik ben toch té gek’ en ‘Step your mind’. Hij schrijft en spreekt over Passend Onderwijs. Hij komt op voor de (onderwijs)rechten van alle kinderen.

Meer artikelen van Ivo Mijland