Wekelijks is op televisie te zien hoe kibbelende mensen met behulp van rechtspraak de schade proberen te herstellen. Vrijwel elke aflevering is te zien hoe zeer dat niet lukt. De meester velt een vonnis, de burgers moeten verder. Maar kunnen niet verder. Er is namelijk een winnaar en een verliezer. In dit artikel aandacht voor rechtspraak en de gevolgen er van… In het bijzonder bij rechtspraak bij huwelijksontbinding.
Beste Rijdende rechter,
De buurman heeft een tuinheg geplaatst terwijl ik op vakantie was. Rijdende rechter, dat kan de buurman toch niet maken?
Groeten,
Een boze buurman
De Rijdende rechter arriveert met een team enthousiaste onderzoekers op de plaats des onheils om een zorgvuldig afgewogen oordeel te vellen. De afsluitende woorden “Dit is mijn uitspraak en daar zult u het mee moeten doen” zijn zelden een afsluiting van het probleem. Sterker: de problemen worden juist groter. De verliezer wordt boos of vertoont op een andere manier destructief gedrag. Die destructieve houding kan de verliezer vertalen op diverse manieren. Er wordt nieuwe schade veroorzaakt t.o.v. de buurman (eigen schuld, dikke bult), er wordt schade aangericht bij onschuldige derden (als de buurman niet grijpbaar is, dan kan ik me altijd nog afreageren op mijn werk) of – zoals op een Rijdende Rechter-uitzending op YouTube te zien is – de schade verhaalt de verliezer na de uitspraak op zichzelf (“dan stoppen ze me maar onder de grond”). Een rechtsuitspraak is bij conflicten dus een lastige kwestie. De problemen bij de Rijdende rechter worden afgesloten met een uitspraak en die is voor een van de twee partijen pijnlijk. Er is immers gekozen voor de een en tegen de ander. Uitspraken leiden in de regel dus lang niet altijd tot constructief gedrag. Een uitspraak herstelt het onrecht van de een, maar veroorzaakt nieuw onrecht bij de ander. De verliezer zal daardoor uitgedaagd worden om de cirkel van onrecht in stand te houden. Hij kan niet anders, want er is immers behoefte aan genoegdoening. Rechtspraak geeft die genoegdoening meestal niet.
Gelukkig is men steeds meer in de gaten aan het krijgen, dat zware criminaliteit niet minder wordt door straffen alleen. Er is ook erkenning nodig voor de reden waarom iemand tot zijn daden komt.
Tot zover de rechtspraak bij civiele zaken. Op naar de onthuwelijkingsadvocaat…
Verbreken
De conflicten bij de Rijdende rechter zijn vrijwel altijd tussen mensen met een horizontale verbinding. Burgers, dorpsgenoten, buren, huurder/huurbaas. Maar laten we puur virtueel eens eenzelfde casus uitwerken omtrent echtscheiding.
Beste Rijdende rechter,
Ik wil uw aandacht vragen voor het volgende conflict. Mijn vader en mijn moeder zijn onlangs gescheiden. Mijn vader zegt dat mijn moeder liegt, mijn moeder zegt dat mijn vader uit is op haar geld. Mijn vader zegt dat ik bij hem moet gaan wonen omdat mijn moeder veel te veel drinkt, mijn moeder zegt dat ik mijn vader echt nooit meer moet zien. Rijdende rechter, ik houd eigenlijk van allebei en vraag daarom uw juridische advies in deze zaak. Uiteraard verbind ik me – zoals in uw programma gebruikelijk – aan uw uitspraak.
Groetjes
Een wanhopige tiener
Dat deze brief niet echt is, snapt iedereen. Maar laten we de casus verder uitwerken. De Rijdende Rechter arriveert met zijn enthousiaste team en onderzoekt de zaak tot op de bodem. Uit het onderzoek blijkt dat moeder inderdaad de zaken anders vertelt dan dat ze zijn en in huis worden bovendien diverse sporen van alcoholmisbruik aangetroffen. Vader wordt zwart gemaakt, terwijl hij – zo blijkt – zijn uiterste best doet er voor de kinderen te zijn. De Rijdende rechter wikt en weegt, doet dat nog eens vanwege de ernst van de zaak en komt dan met zijn vonnis: “Moeder heeft met haar leugens en alcoholmisbruik veel extra leed veroorzaakt. Mijn uitspraak is daarom dat het kind de komende zes maanden niet meer bij moeder mag wonen. Dit is mijn uitspraak en daar zult u het mee moeten doen.” Hoe wanhopig is de tiener na een dergelijke uitspraak? En de verliezende moeder? En verder geredeneerd: is de “winnende” vader echt gelukkig met deze uitspraak?
Loyaliteit
De cijfers liegen er niet om. Sinds de eeuwwisseling is het aantal huwelijken lager dan het aantal scheidingen. Een op de zes scheidingen verloopt problematisch en nog heftiger: 1 op de 6 kinderen onder de 21 is “slachtoffer” van echtscheiding. In gezinnen die uiteen vallen, worden kinderen blootgesteld aan een mogelijk onveilige situatie. Er zijn onderzoeken waaruit blijkt dat kinderen die in gescheiden gezinnen opgroeien, meer kans hebben op depressie, verslaving en criminaliteit. Het contextuele gedachtegoed van Nagy gaat sterk in op loyaliteiten en probeert te zoeken naar een balans van geven en ontvangen, erkenning van onrecht en een uitnodiging naar constructief gedrag. In die theorie wordt uitgewerkt dat een kind van nature loyaal is aan beide ouders. Zelfs als die ouders zich verre van het ouderlijke ideaalplaatje gedragen. Bij echtscheidingen gebeuren eigenlijk een heleboel dynamische processen tegelijkertijd. Allereerst besluiten twee mensen, die ooit door liefde horizontaal aan elkaar verbonden werden, dat die verbinding wegens het wegvloeien van liefde verbroken moet worden. Verder betekent de breuk, dat kinderen gedwongen worden om niet meer bij papa en mama tegelijk te wonen. Bovendien wordt min of meer zeker, dat de ouders (lees
opa’s en oma’s) van de scheidende partners, hun horizontale relatie verbreken. Zelfs als een scheiding vlekkeloos en in pure harmonie plaatsvindt, zijn er verliezers. Rechters en advocaten, maar ook de ouders, moeten daarom echt inzetten op een afspraak, een uitspraak moet voorkomen worden.
Gelukkig lijkt het scheidende ouders steeds vaker te lukken – met hulp van constructieve advocaten die aandringen op “samen trouwen, samen scheiden” – om uit de ramp scheiding een positieve nieuwe werkelijkheid te creëren die goed voelt voor alle partijen. Zo lukt het ouders bijvoorbeeld steeds vaker om co-ouderschap te coördineren. Kinderen varen daar wel bij, al is het voor kinderen nog steeds lastig dat ze in twee huizen wonen. Op school zorgt dit dubbelleven voor problemen, die door docenten niet altijd goed begrepen worden. “Ik heb mijn boeken bij mijn vader liggen en kon daardoor geen huiswerk maken. Ik was namelijk onverwacht drie dagen bij mijn moeder in verband met het werk van papa.” Op school is extra aandacht en interesse van groot belang, om te voorkomen dat de kinderen verder wegzakken in het leerproces. Vergeet niet hoe het is om twee bedden te hebben. Bedenk hoe het is om na vier weken vakantie weer in je eigen bed te kunnen liggen. Realiseer dat steeds een ander bed alleen al kan zorgen voor verwarring bij het uitstappen.
Verborgen liefde
Bij kinderen uit echtscheidingsgezinnen is er een groot risico op gespleten loyaliteit. In dat geval is het voor het kind, bijvoorbeeld door de uitspraak van een rechter, onmogelijk om openbaar loyaal te zijn aan een van beide ouders. Vaak zijn het vaders die een gebroken contact met het kind moeten toestaan. Een op de vijf kinderen ziet – mede dankzij de rechtspraak – hun eigen vader niet meer. En daarmee wordt niet alleen het contact verbroken met de vader, maar ook met diens familie en dus ook met opa en oma van papa’s kant. Deze splitsing van gezinnen leidt vrijwel altijd tot grote problemen in de ontwikkeling van de jeugd. Kinderen willen van nature namelijk loyaal zijn aan beide ouders. Je vraagt bij een “volledige” scheiding iets onmogelijks van kinderen: ben voor de een en tegen de ander! De balans van geven en ontvangen schiet door zo’n opdracht als vanzelf in een onmogelijke positie. Het is als een weegschaal, waar aan beide zijden steeds meer kilo’s ballast geworpen worden in een poging de balans te herstellen. Als er maar voldoende kilo’s opliggen, breekt de schaal uiteindelijk in twee. Net als bij de Rijdende Rechter is er dan sprake van een uitspraak zonder daadwerkelijke afspraak. Gespleten loyaliteit ontstaat niet alleen als het kind onmogelijk bij een van de ouders kan komen. Zelfs als er een bezoekregeling is, ligt gespleten loyaliteit op de loer. Want als moeder (of vader) valt het natuurlijk niet mee om met liefdevolle woorden te blijven spreken over de vader van je kind, als die vader ten opzichte van jou als partner het huwelijk in de waagschaal gelegd heeft door een relatie te beginnen met zijn collega. Als je kind dan – midden in de puberteit – hopt van de ene naar de andere vriendin, is de verleiding uiteraard groot om te zeggen: “Je lijkt je vader wel!” Andersom kan ook. Er wordt geen kwaad gesproken, maar goed gedaan. Te goed. Het kan niet op als het kind bij de vader is en bij moeder wordt er nog een schepje bovenop gedaan. Ouders gaan in dat geval onzichtbaar strijden in een poging de beste ouder van de twee te zijn. De weegschaal zal ook dan de neiging krijgen om stuk te gaan.
Rijdende rechter: mag ik u vragen uw uitspraken te vervangen door afspraken?
Dank je wel, mede namens 2.500.000 kinderen.
Lees hier het volledige artikel