Vijf redenen waarom pesten niet stopt

By 4 november 2017Blog

Onlangs verzorgde ik tijdens onze tweejarige opleiding weer de praktijkdag over het verdrietige thema ‘pesten op school’. In de openingsronde stel ik altijd de volgende vraag: welke naam komt er in je op als je denkt aan dit thema en wat is het verhaal dat bij die naam bovenkomt. In no time komen verschrikkelijke herinneringen boven. Herinneringen waarbij de student zelf slachtoffer was, of waarbij de student het meemaakt met een eigen zoon of dochter. Verhalen over een oud-klasgenoot die door andere kinderen meedogenloos in de vernieling werd geholpen. In sommige verhalen spelen kinderen de verschrikkelijke hoofdrol, in andere zijn het bazen, buurmannen, ex-partners en vrienden die geen vrienden bleken te zijn. Na de openingsronde is iedereen het over eens. Elk nieuw verhaal is een verhaal te veel. Pesten moet stoppen. Pesten is verschrikkelijk. Waarom lukt het scholen dan toch niet om echt het verschil te maken? Ik zet de vijf belangrijkste redenen waarom pesten niet stopt voor je op een rij.

Laatst hoorde ik op de radio een bioloog spreken over zilvervisjes. Hij vond het verschrikkelijk dat deze beestjes ongedierte genoemd werden. Elk levend wezen is het waard om gewaardeerd te worden. Elk levend wezen is een wonder van de evolutie. Ongedierte moet je dus niet bestrijden, zo vervolgde de bioloog. Nee, ongedierte heeft het recht op een eerlijkere aanpak: preventie. Wat hij daarmee bedoelde? Hij gaf aan dat je moet voorkomen dat een levend wezen zich als ongedierte kan ontpoppen. Wellicht een vreemde start van een blog over pesten? Maar in feite is het de kern van een succesvolle aanpak als het over pesten gaat. De reden dat pesten niet stopt, is dat we pas gaan bestrijden als er een probleem is. Een pestprotocol vertelt precies wat er moet gebeuren als er gepest wordt, maar zo’n protocol is eigenlijk een voorbeeld van veel en vooral ook verschrikkelijk te laat. Het uitgangspunt moet daarom zijn: ga er van uit dat ook op jouw school vroeg of laat gepest wordt, maar zorg dat je vanaf de start van een samenkomen van mensen aandacht besteed aan veiligheid. Ik vergelijk het met het Milgram experiment (https://nl.wikipedia.org/wiki/Experiment_van_Milgram). In een letterlijk schokkend experiment werden proefpersonen verleid om steeds verder oplopende stroomstoten uit te delen aan een medemens in een andere ruimte. En hoewel de proefpersonen hoorden dat de ander steeds meer pijn ervaarde, werd zichtbaar dat er mensen bereid waren om een ander een dodelijke schok toe te dienen. In veilige scholen investeer je ver voor de dodelijke stroomstoot. Je wilt daar dat er een dialoog komt als de stroomstoot nog ongevaarlijk is en slechts 15 volt sterk is. Dat is de stroomstoot die nog bij plagen hoort. Reden 1 dat pesten niet stopt: we grijpen pas in als het probleem zichtbaar wordt. Als de spanning al veel te hoog opgelopen is. Dat terwijl de beste kansen op een succesvolle aanpak liggen in de periode vóór het mis gaat.

Weet jij wat de grootste angst is van pestslachtoffers? Je zult het niet geloven misschien, maar de grootste angst is dat de dader zwaar gestraft wordt. Omdat we op school denken dat pesten stopt door zwaar de aanval te openen op de daders, neemt pesten eerder toe dan af. De slachtoffers die op een school met een strafcultuur zitten, houden daarom steevast hun mond. En mocht een mentor in gesprek gaan om te zeggen dat er een vermoeden is van pesterijen, dan zegt het slachtoffer: meneer, dat vind ik meer plagen. Door onze drang om te straffen, kan pesten zich als een ongedierte nestelen in het schoolsysteem. Reden 2 dat pesten niet stopt: we willen te graag het probleem bestrijden en hebben onterecht het idee dat als de straf zwaar genoeg is, het pesten vanzelf wegblijft. Ook denken we een signaal af te geven aan diegene die overwegen om te gaan pesten. Een gewaarschuwd mens telt voor twee. Hoe logisch het ook lijkt, het klopt niet. Sterker nog, in feite laat je zelf gedrag zien wat je bij de ander af wilt leren. Bij pesten gaat het namelijk om buitensluiten. Een aanpak die gericht is op het straffen van de dader is ook een vorm van buitensluiten. Wat zou er gebeuren als je niet op zoek gaat naar een passende straf, maar juist samenwerkt aan herstel van de veiligheid. Daarom is punt 1 zo belangrijk: hoe kleiner de stroomstoot, hoe makkelijker het nog lukt om te herstellen samen. Smeed het ijzer dus als het nog koud is.

Iedereen heeft een herinnering aan een verhaal waarin het thema pesten centraal stond. Als dader, slachtoffer, meeloper… we hebben er allemaal wel iets van meegekregen. Reden 3 dat pesten op scholen niet voldoende teruggedrongen wordt, is dat we als professional bezig zijn om op de pestsituatie in het heden te reageren vanuit onze in het verleden opgedane overtuigingen. We hebben in feite in de praktijk geoefend met pesten en gepest worden en hebben vanuit die ervaringen allemaal een eigen pestprotocol in ons brein geprogrammeerd. Bij de een staat er dat de pester zo zwaar mogelijk gestraft moet worden, bij een ander dat kinderen het prima zelf op kunnen lossen als er gepest wordt en bij weer een ander dat het kind dat gepest wordt het er ook een beetje naar gemaakt heeft. Allemaal overtuigingen voortgekomen uit eigen ervaringen. Daarom is het belangrijk dat we dat verleden uitzuiveren. We kunnen pas zuiver begeleiden als in onze interventies geen interventies voorkomen die over jou verleden gaan. Op een school waar succesvol gewerkt wordt aan een pestarm en veilig schoolklimaat, hebben de professionals bij zichzelf onderzocht waar pesten in het eigen script een rol gespeeld heeft. In een supervisiegroep kun je heel goed met elkaar werken aan het uitzuiveren van het thema.

Reden 4 waarom pesten nauwelijks afneemt op scholen is dat we denken dat alleen het slachtoffer onze hulp nodig heeft. En natuurlijk, het slachtoffer loopt op het eerste gezicht de grootste (en helaas ook blijvende) schade op. Maar wat zou er gebeuren als we in een vroeg stadium (in Milgram-termen liefst dus al bij 15 volt) ook de pester volstrekt serieus nemen. Als we ons ook gaan afvragen wat maakt dat iemand doet wat hij doet. Wat je zult ontdekken is dat pesten voor veel pesters een manier is om erbij te horen. Op een destructieve manier wordt getracht in beeld te komen bij anderen. Als je pesten echt wilt terugdringen, zul je dus wel moeten samenwerken met de pester. Alleen op die manier maak je in het schoolsysteem zichtbaar dat ieder kind erbij hoort. Ik kom weer terug bij reden 1, want om dit kans te geven moet je dus samenwerken met de mogelijke pester nog voor hij overgaat op een (min of meer) ernstige vorm van pesten. Op die manier leren deelnemers in de groep dat ze gezien worden in wie ze werkelijk zijn. Want pesten is uiteindelijk een manier om iemand te worden als je door omstandigheden merkt dat je nog niemand bent. Hoe meer je potentiële pesters ruimte geeft om het werkelijke verhaal te vertellen rondom eenzaamheid, stress, angst, onveiligheid thuis, hoe kleiner de kans is dat ze dat verhaal gaan vertellen met pesten. En dat is het doel voor iedereen. Pesten zoveel mogelijk voorkomen in het belang van iedereen.

Pesten moet stoppen. Reden 5 dat het niet stopt, is dat we vinden dat pesten moet stoppen. Neem van mij aan, de pestvrije school bestaat helemaal niet. Je zou zelfs kunnen zeggen dat we pas aan onze zelfvalidatie en zelfafbakening kunnen werken, als we mensen tegen komen die af en toe op of over jouw grens heen gaan. Wat we wél kunnen realiseren is een school waarbij leerlingen eerder hun grenzen aangeven en waarbij iedereen er toe blijft doen ook als het even lastig is samen. Richt je energie dus niet op het stoppen van pesten, maar op het beginnen van oefenen in rechtstreeks aanspreken.

Mijn advies aan scholen die willen dat pesten echt afneemt is om te doen wat goed is voor iedereen:

1 Zorg voor een pestprotocol dat voor het grootste deel bestaat uit proactief en preventief beleid. Richt je energie niet op het probleem, maar kijk naar wat je kunt doen door te investeren in veilige groepen om het probleem op die manier te voorkomen en te minimaliseren.
2 Ondanks je investering in veilige groepen, ontkom je er niet aan. Ook op een veilige school kan er gepest worden. Als dat is, steek je energie in wat je wilt: het pesten moet stoppen. Stop met precies uit te zoeken wat de dader gedaan heeft om zo een passende straf te kunnen geven. De feiten zijn al gebeurd, Je kunt de geschiedenis niet meer repareren. Je hebt alleen invloed op de toekomst. Werk daaromliever aan een herstelinterventie. Het pesten moet stoppen, dat kan alleen als je ook de pester verantwoordelijk maakt voor de oplossing.
3 Zorg dat je je eigen herinneringen aan pestsituaties uitzuivert, om zo te voorkomen dat ze van invloed zijn op je interventies als professional. Jouw herinneringen aan een pesterij, zijn niet hetzelfde als de pesterij in het hier en nu. Leerlingen hebben er recht op dat je in je interventies niet bezig bent met de pester die jou het leven zuur maakte. De leerling in het hier en nu moet niet de straf krijgen die vanuit jou eigenlijk onbewust bedoeld is voor de leerling die jou vroeger treiterde.
4 Kinderen die pesten zitten zelf in de nesten. Ondersteun dus ook de dader. Ieder kind heeft recht op begeleiding. Als je denkt dat je het slachtoffer geen recht doet als je ook de pester helpt, dan maak je een denkfout. Want een pester die echt gezien en geholpen wordt, zal stoppen met pesten. Mooier nieuws is er niet voor een slachtoffer.
5 Start het schooljaar met een diepte-investering in positieve groepsvorming (Lees ook het Handboek ‘Positieve groepsvorming’). In een positieve groep kun je vervolgens spreken over iets wat in elke groep wel eens gebeurt: pesten. Maak het onderwerp bespreekbaar en stop met overtuigingen als ‘in mijn klas wordt niet gepest’ of ‘als ik merk dat er gepest wordt, dan krijg je met mij te maken’. Je kunt je strijdlustige taal namelijk helemaal niet waarmaken. Zeg dus liever: hoe zorgen we ervoor dat een leerling die zich gepest voelt, veilig zijn grens kan aangeven.

Tot slot wil ik iedere lezer oproepen om zichzelf niet alleen als de probleemoplosser te zien, maar vooral ook als onderdeel van het probleem. Bedenk elke dag: hoe kan ik het goede voorbeeld geven? Pesten gaat over uitsluiting. Omarm daarom ook de leerling die je lastig vindt. Dat is een mensenrecht.

Ivo Mijland

Auteur Ivo Mijland

Ivo Mijland (Oss, 1969) is auteur van een groot aantal boeken, waaronder ‘Ik ben toch té gek’ en ‘Step your mind’. Hij schrijft en spreekt over Passend Onderwijs. Hij komt op voor de (onderwijs)rechten van alle kinderen.

Meer artikelen van Ivo Mijland